o-v-e-r-b-r-e-n-g-i-n-g-s-v-e-r-h-o-u-d-i-n-g...
Voor de rest is er hier niks meer over te vertellen. Zolang de overbrengingsverhouding hetzelfde blijft, met welke tanwielcombinatie je die ook bereikt, blijft ook het koppel aan je achterwiel gelijk.
Je beenspieren leveren een kracht op de crank, hierdoor hebben we een "koppel" M1 gecreërd, proficiat. De éne renner al wat meer dan de andere, maar soit

. Aangezien alle kettingbladen mechanisch verbonden zijn met elkaar, bij mij zoals bij iedereen door kettingbladboutjes, staat er op elk kettingblad (42/32/22) op de crank hetzelfde koppel...Iedereen die dit ontkent heeft een gat in de markt gevonden.
Via de ketting, de "overbrenging", wordt er een verbinding gemaakt tussen voorste de tandwielen en achterste tandwielen. Als je het getal 32/16 krijg je een "overbrengingsverhouding" (afkorting I), leuk getal...
32/16 = 2
22 /11 = 2
42 / 21 = 2
1 Keer draaien (toerental n) met de crank en je wielt draait 2 keer rond, gelijk met welke bovenstaande combinatie die een 2 als overbrengingsverhouding heeft! Iemand die dit ontkent? Neen, want ook de casette ztt via het freewheel "vast" op het wiel
Het leuke hieraan is, hoe kan het ook anders, dat het met het koppel net hetzelfde is (maar omgekeerd :P).
M1 n2
--- = --- = I
M2 n1
Waarin:
M1,n1 = Koppel, toerental aan crank is
M2,n2 = Koppel, toerental aaan wiel is
DUS, zolang je dezelfde overbrengingsverhouding kiest doet het er niet toe waar je ketting vooraan op draait. Al de ongelovigen vechten het verder uit met Newton&co...
Enkele randopmerkingen:
- Op de 44 is nooit eenzelfde grote overbrengingsverhouding te krijgen als op een 22, logisch
- We kunnen nog wat napraten over de 0.02% rendemenstverlies bij het wel of niet klimmen op de "granny" door: de ideale kettinglijn,groter blad, minder buiging v.d kettingschakels op grotere bladen, enz enz....